Zoeken in meerdere tekstdatabanken 

COORNHERT

Dirck Volkertszoon Coornhert (1522-1590) heeft zich in veel van zijn publicaties ingezet voor een zeer ruime opvatting van godsdienstvrijheid, ook op de politiek meest precaire momenten. Hij was nauw betrokken bij de Opstand en een vooraanstaand medestander van Willem van Oranje. Even nuchter als principieel legde hij alle nadruk op het persoonlijke karakter van de geloofservaring: geloof is ‘vrij’, wordt in vrijheid aanvaard, vormgegeven en uitgeoefend en kan strikt genomen dan ook niet afgedwongen worden. De overheid moet zich daarom niet met de kerken (meervoud!) bemoeien, tenzij om verdraagzaamheid te garanderen; de kerken moeten, op hun beurt, de overheid niet voor de voeten lopen, elkaar in elk geval met rust laten en zich beperken tot de uitoefening van hun eigenlijke taak: het prediken en praktizeren van naastenliefde.

Aanvankelijk richtte Coornhert zijn pijlen tegen de machtspolitiek van de katholieke kerk (een ‘moordkuil’, zoals hij zei) en dan vooral tegen het ‘ketterdoden’. Hij wisselde echter van front - maar niet van principes! - toen de gereformeerden in Holland en Zeeland de macht grepen en een nieuw geloofsmonopolie oplegden. Tot zijn laatste dagen bleef hij van leer trekken tegen de ‘nieuwe gewetensdwang’.

In de jaren 1577 tot 1583 keerde hij zich tegen de gereformeerde predikanten die de nieuwe machthebbers met toenemend succes tot een autoritaire godsdienstpolitiek aanspoorden. Hij waarschuwde voor burgeroorlog en bracht onophoudelijk de betekenis van godsdienstvrijheid’ en ‘religievrede’ in herinnering: dáár was het in de Opstand toch om te doen! En dat doel was en bleef tot het eind van zijn leven trouw. Het was het uiteindelijke richtpunt van zijn humanistisch-pedagogisch streven, zoals dat in zijn omvangrijke en uiterst veelzijdige werk als letterkundige, theoloog, filosoof en grafisch kunstenaar vorm zou krijgen.

De militante natuur van deze apologeet van de verdraagzaamheid en de confronterende stijl van zijn geschriften hebben er zeker toe bijgedragen dat men hem in zijn tijd, maar ook nadien nogal eens voor een politieke agitator hield. Als hij dat al was, dan malgré lui. Hij probeerde partijen juist uit de arena van de politieke krachtmeting te lokken. Hij polemiseerde om duidelijk te maken dat kwesties van religie geen inzet of onderwerp mogen zijn van machtspolitiek, maar enkel van rationele dialoog (meer bepaald het ‘godsdienstgesprek’ oftewel de ‘synode’). Zodoende bepleitte hij een politiek van ‘godsdienstvrijheid’ en ‘religievrede’. Deze politiek fundeerde hij in het bijzonder met theologische argumenten (vooral: de ‘vrijheid’ van het geloof). Dit vrijheidsbegrip spoorde in het geheel niet met de leer van ‘predestinatie’ en ‘erfzonde’. Coornhert bestreed zijn tegenstanders veelal door in te gaan op theologisch-inhoudelijke kwesties. Hij botste hard met de gereformeerden en ook met anderen raakte hij in felle twistgesprekken. Coornherts ‘onpartijdigheid’ was niet kleurloos, maar partijdig, evengoed als zijn telkens hernomen pleidooi voor verdraagzaamheid niet vrij van godsdiensttwist was.