I. DEEL Van Dieryck Volckertsz. Coornherts WERCKEN.
Dirck Volckertszoon Coornhert 1522-1590
"""Requeste der catholijcken tot Haerlem met sijnen aen-cleven: Aen myn heere den Prince van Orangien"""
"""Requeste der catholijcken tot Haerlem met sijnen aen-cleven: Aen myn heere den Prince van Orangien"""


REQVESTE
Der catholijcken tot Haerlem met sijnen aen-cleven:
AEN MYN HEERE
den Prince van Orangien
Stadt-houder van Hollandt.

Remonstreren met reverentie die 1 1 Copye. Sijne Excel. Ghehoort die Lecture van dese requeste, verstaet den inhoudt van dien meest te betreffen den Staten van Hollandt, de welcke daer by grootelijc schijnen te wordē belast. Ordonnerēde der halven sijne Excell. Dat de selve Requeste in heuren handen gestelt zy. Aldus ghedaen tot Amstelredam dē y. dag Mey 1581. Ende was ondertekent Guillelmus de Nassau. personen onder-ghenoemt, burgheren van qualite der stede van Haerlem, voor hen selve ende ooc voor anderen heure mede burgeren, verde het meerdeel van de burgherije aldaer, soo R. Catholijcken als andere, maer al t’samen liefhebbers van’t gemeene wel-varen der Nederlanden, ende ghetrouwe Patriotten wesende. Hoe dat sy uwe P. Excell. noch onvergeten houden van de satisfactie by den selven ende den Heeren Staten opten xxij Januarij xv C. lxxvij binnen der Vere, den Stede van Haerlem, onder die signatuyren ende segele van u P. Excell. selve, ende van de ghedeputeerden der Heeren Staten beneven u P. Excell. zijnde gegeven: By welcke satisfactie onder anderen wel expresselijck belooft is geweest. A. So wel den wereltlijcken als geestelijcken mannen ende vrouwen binnen Haerlem. Dat men hen-luyden soude mainteneren in hare Catholijcke B. R. Religie en d’exercitie van dien, waer op oock volgens den voorder inhouden van de selve satisfactie, de eedt van die beyde Religien tot Haerlem gedaen is geweest. C. Ende is eyntlijck mede binnen den beloofden tijde oock volghens de Satisfactie den Ghereformeerden ghelevert de Kercke op Bakenesse binnen Haerlem, om aldaer exercitie van Religie te hebben, alles tot vollen ghenoegen van hen-luyden Ghereformeerden. ‘Twelck nochtans in ghene andere Steden oock Satisfactie ontfanghen hebbende by u P.Excell. toe-ghelaten en is geweest. Te weten: het hebben van een kercke binnen de Stede: Hoe wel nochtans die Gereformeerde daar na hier mede niet vernoeghende, noch een ander Kercke midden in Haerlem totten Carmelijten mede tot haren verdoene verkregen hebben ghehadt, sonder dat henluyden twee kercken belooft waren. Waar mede sy-luyden Ghereformeerden noch oock al niet verzaet wesende, daer nae door’t onbedacht beleet eens Commiss. gheoccupeert hebben ghehadt die groote Kercke tot Haerlem, na dat die door een so schandelijcken als onghestrafte acte niet ghebeeltstormt, maer wel gheplundert, een onnosel Priester doot gheslagen, ende veele burghe

ren ghequetst ende van heure over-cleederen berooft waren. Alles tot grooten verdriete van de Supplianten ende tot gheen kleyne schandale oock van de Gereformeerde selve. Gemerckt alle de weerelt kenlijck was wat solemnele beloften (voornoemt verhaelt) den Supplianten waren gedaen, die gheen oorsake ter werelt en hadden ghegheven tot so argelijcken overdaet, te waer dan sake (‘twelc ongelooflijck is) dat yemant der Supplianten al te grooten ghedult in’t ghedoghen van sulck soo merckelijck ongelijck, oorsake van dien souden willen achtē. In welc gedult die Supplianten noch al stantvastelijck volherden ter liefden van de uytnemende eendrachtigheydt binnen Haerlem, niet min loflijck dan ongelooflijc wesende tusschen den Supplianten en den Gereformeerden heure mede burgeren, die soo gantsch vriendelijck onderlingen leven, dat sy-luyden een vermaert exempel zijn geweest, van datter wel twee verscheyden Religiē teffens in een stede vredelijc gheexcerceert mogen worden: Also noyt gehoort en is, geduyrende dese vier of vijf jaren langh, dat binnen Haerlem eenige twist, ooc in’t minste niet geweest is, onder den burgeren aldaer, die verscheyden zijn van Religie, en daer van de Supplianten swaerlijc veronghelijckt zijn gheweest: ja oock niet by den dronc in der schutterijen maenschutten, ende in der gebuyrtē vergaderingen selve: ’Twelc de Supplianten wel bekent achten te zijn ooc u P. Excell. wiens voorsichighe wijsheydt ende Godtvruchtige oprechtigheyt syluyden Supplianten mosten toebetrouwē, dat men hen-luyden ten minsten noch van doe voort aen niet ghedogen en soude veronghelijckt te worden: maer hen-luyden toelaten ten minsten die excercitie van de R. Religie, in den kloosteren ende kercken noch over ghebleven zijnde, volgens so openbare beloften by u P. Excell. selve ende den H.H. Staten henluyden ghedaen, volghens die onderlinghen eet daer op ghedaen, ende volghens die openbare Publicatie (nae’t verlies van de groote Kercke) binnen Haerlem gheschiedt. Daer by den R. Catholijcken van nieuws al weder was belooft, vrye versekerde ende bestendighe excercitie van de R. Religie, welck


voorsz der Supplianten betrouwen op u P. Excell. Des noch te vaster wert in hen-luyden Supplianten, overmidts sy-luyden sekerlijck wisten dat tot Antwerpen ende elwaerts meer, oock by advijse van u P. Excell. selve die R. Catholijcken in haer-luyden exercitie van Religie ende hare goederen ghemainteneert zijn gheweest, tot een openbaer teken dat u P. Excell. met hoogh-ster sorghvuldigheyt pooght te voorhoeden alle mistrouwen ende partijschappe, ende daer teghen te benaerstighen alle minne ende eendracht onder den landsaten, tot versterckinghe der selver, alsoo die over groote versochtheydt van uwe P. Excell. licht konde bemercken.
Dat (het gheloove oock) 1 1 D. Religie een gave Godts is.
Dat gheen Religie met ghewelt of 2 2 E. wapenen mach in-ghedruckt worden.
Dat onse innerlijcke twist van Religions 3 3 F. saken de beste wapenen zijn voor onse vyanden om ons te slaen ende hen-luyden dienen voor een bressche.
Oock dat het zaet van twist onder ‘tvolck, 4 4 G. daermen teghen beloften arbeydt om d’een d’ander te exterperen, een vlamme van burgher-krijgh soude veroorsaken tot een generale ruyne van de landen.
Dat onse seeckerste macht (naest Godt) 5 5 H. ghelegen is in een vaste unie, soo dat wy om de Religie niet partijen of twisten.
Dat het oock niet mogelijck en soude zijn 6 6 I. het Landt in vreden te onder-houden sonder daer inne vrye exercitie van Religie toe te laten.
Dat oock twee Religien niet alleen wel in 7 7 K. een Lant of Stede, maar oock (wel dat meer is) in een selve Kercke gheexcerceert mogen worden.
Dat het ontberen van Religions 8 8 L. exercitie openbaarlijck streckt tot een verachtinghe Godes ende tot een Atheismum.
Ende dat sulcx ghevalt, 9 9 M. daer d’eene partije bestaet des anders Religie te exterperen met gewelt, ‘twelck de Ghereformeerde tot Antwerpen verklaren gheensins hen-luyden voornemen te wesen.
Daeromme, oock mede om dat het al vele meerder betaemt dat men maintenere (dat’s verde van exterperen) een Religie die van aenbegin in Hollant was, dan dat men permittere een Religie die daer over twintigh jaren noyt opentlijck gheexcerceert, ende over sestigh jaren noyt af ghehoort en was, welcke permissie hen-luyden immers wel behoorde genoegh te zijn. Die Supplianten sich niet genoegh en konnen verwonderen, dat die Ghereformeerde in Hollandt hen opentlijck vertoonen in desen gantsch contrarie dan heure ghelovens ghenoten tot Antwerpen ende elwaerts, immers teghen de naeckte meyninghe van de generale Staten, jae oock van u P. Excell. selve in de voorsz des selvens acta; woorden, schriften ende soo solemnele beloften onderhandt-teecken ende Seghel allen menschen openbaer ende kont wesende, Alsoo de Supplianten openbaerlijck sien dat rontsomme in Hollandt die exercitie van de R. Religie. Den R. Catholijcken werdt verboden, op pene van ghestraft te worden als perturbateurs van de ghemeene Ruste, ‘twelck een onloghbaere

dwangh is in de conscientien, ende oock het tweede litmaet van Keyser Karels strenghe Placcaten in desen weder verresen zijnde, als mede invoerende lijf-straffe om Religions saecken, welcke dwangh ende executie van dien by meest elck, immers by den ghereformeerden selve gheseydt werdt te wesen d’eerste, jae eenighe oorsake van de verderflijcke beroerten in de ellendighe Nederlanden. Ghemerckt men licht verstaat dat die R. Catholijken door sulck verbodt van sijn Excell. van de R. Religie gedwongen worden te laten het Dopen, het Moemgen, het Trouwen, Predickhooren met meer andere exercitien die syluyden ter Saligheyt nootlijck houden, ofte indien sy sulcx met goeder conscientien niet en konnen laten (so sy oock gheensins en konnen) te vallen in de voorsz hals straffe onder ‘tdexcele van perturbateurs van de ghemeene Ruste. Waar door ende mede door dien die Supplianten dagelijcx meer ende meer vernemen gheruchten, die ghenoegh seker zijn, dat men in voor nemen is binnen Haerlem mede also te verbieden die voorsz exercitien van hare Religie, niet jegenstaande die selve haerluyder exercitie hem nu soo dickmaal ende soo solemnelijck belooft is ende besworen, ende niet jeghenstaende men henluyden vint willigh ende bereydt in allen ghemeenen lasten tot bescherminghe van de Nederlantsche vryheyt, in de saken van de Previlegien ende van de Religie met d’exercitie van dien bestaende. Ende nademael die van Haerlem immers gheensins van minder conditie behooren te wesen, dan het kleyne Stedeken van Woerden is, Daer men nu noch teghenwoordelijck twee verscheyden Religien exerceert, al-hoe-wel dat Stedeken in gheenre manieren tot beschaminghe van Hollant naeckt ghemaeckt, verarmt, ende grouwelijck bedorven, oock mede henluyden noyt beloften van twee Religions exercitien te hebben ghedaen en is gheweest, als die ghetrouwe, ellendighe en vroome Stede van Haerlem. So versoecken de Supplianten ootmoedelijck dat uwe P. Excell. hier inne doende dat recht, behoorlijck eerlijck ende Princelijck, jae oock hoogh nut is voor den ghemeynen Nederlanden, ghelieven wille den R. Catholijcken binnen Haerlem, (die doch bereydt zijn om die ghemeene ruste aldaer te ghedoghen dat die groote Kercke hen-luyden violentelijck benomen, blijve tot exercitie van de Ghereformeerde Religie, tot onder-houdt van de vruntlijcke ende welvermaerde Haerlemsche eendracht, die tot noch toe, niet jeghenstaande de vlijte eenigher Ministeren als stoke-branden van onrust tot Haerlem daer teghen bethoont, soo stantvastelijck tot noch toe onder den vromen burgeren tot een loflijcke Renommee over gantsch Europa is ghebleven) Te mainteneren ende te hantvesten in hare exercitie nu teghenwoordelijck tot Haerlem wesende, ende dat in den Kloosteren, daer die nu noch is, oock in de voorsz Bakenesser kercke by den Ghereformeerden verlaten, welcke Kercke sy-luyden Supplianten bereydt zijn tot haer selfs kosten te repareren, ende henluyden Supplianten soo gewissellijck te versekeren, dat alle


oorsaken van mistrouwen onder die burgherije tot Haerlem voorhoedet ende die vruntlijcke eendracht aldaer meer ende meer ghevoet ende ghevestight mach worden, tot eere van uwe P. Excell. ende tot welvaren van de goede ende verdorven Stede, die andersins ontwijfelijck gantschelijck ghedepopuleert ende tot een verwoeste steen-hoope ruyneren sal. Welcke teghenwoordighe Remonstrantie ende ootmoedigh versoeck die Supplianten met hun weynighen hebben ondertekent, omme immers alle oorsaken van beroerten ende oock d’opsprake van dien te voorhoeden, wel versekert zijnde, in dien uwe P. Excell. niet vernoeght mochte zijn met het ghetal van de selve, ende het uwe P. Excell gheliefde hier op te doen ondersoeck door onpartijdighe Commissien. Dat verde het meerdeel van de burgerije, ende daer onder oock vele van de Ghereformeerde Religie selve, als Liefhebbers van de eendracht ende welvaren der Stede van Haerlem, bevonden sal worden boven alle dinghen ‘tghene voorsz staet te versoecken ende te begheeren.

Extract
Wte Satisfactie van Haerlem
ghedruckt tot Delft.

In den eersten belanghende het punckt 1 1 A. van de Religie, dat d’exercitie van de R. Religie binnen de Stede Haerlem sal worden onderhouden soo wel onder die wereltlijcke als Gheestelijcke Religieuse beyde mans ende vrouwen persoonen, die de selvighe begheeren sullen, sonder eenighe verhinderinghe letsel ofte injurie, ende dat het selve alsoo nau ende stricktelijck, dat een Ordonnantie sal ghemaackt worden, ende onderhouden, dat de ghene die de selve van de R. Religie eenighe injurie letsel ofte verhinderinghe sullen doen, sullen rigoureuselijck gestraft worden als perturbateurs van de ghemeene vrede, sonder eenighe ooghluyckinghe ofte Remissie.

Extract,
Als boven.

VVaer over die van beyde Religien, 2 2 B. te weten die van beyder Catholijcksche R. Religie, ende oock die van de Ghereformeerde Religie respectivelijck ende reciproce d’een den anderen sullen beloovende sweren met geen injurien lasteren of schemp-woorden noch met daden yet te verhinderen ofte beletten in’t voorsz exercitie haerder Religie etc.

Extract,
Noch als boven.

VVelverstaende dat mitsdien oock die 3 3 C. Ghereformeerde Religie sullen een vrye Kerck hebben namentlijck die Kercke van onser vrouwen op bakenesse binnen Haerlem.

Extract
Wt een Boecxken genaemt Re-
sponce a un Petit Livret contre
Don Iean, Imprimé per Plantijn
Anno 1578. fol. 18.

Mais quant au premier, puisque La Religion 4 4 D. est un don de Dieu, & que par force ny par armes elle ne peut estre plantée ny emprainte aux coeurs des hommes, &c.

Extract
Wte Religions vrede gedruckt
by Plantijn, Anno 1579.

Eerst alsoo gheen Religie met ghewelt of wapenen en kan of 5 5 E. en mach onderhouden noch inghedruckt worden, maer dat die selve als een sonderlinghe gave van Godt almachtigh moet verwacht worden, etc.

Extract
Wt een Request presentée a son
Altese &c. par les habitans des
pais bas, protestans vouloir selon
la Reformation de l’Evangile, le xxij.
Jour de Iuing, 1578.

Car si ce subject de l’adversite de Religion 6 6 F. est la meilleure arme dont il entreprend de nous batre, cest bien a nous de mettre ordre de notre costé que ceste diversité ne luy serve de bresche pour donner entrée a sa tyrannye au milieu de nous, &c.


Extract
Wt het voorschreven Boecx-
ken Response,
Fol. 20. 21.

Pareillement icy apres avoir faict la 7 7 G. pacification de Gand & ratifie par une ferme association, si l’on met une fois ceste zizanie de dessension entre le peuple, & que lon vueille contre la promesse faite extirper les uns ou les autres, il est extremement a craindre que la discorde se tournant derechef en un flemme de guerre civile attirera la ruyne du pays en general, &c.

Extract
Wt Response voorschreven,
Fol. 21.

Car aultrement il (Don Iean) est asseuree 8 8 H. que la vraye conservation de la Religion Catholijcke Romaine gist en une bonne Union & ferme association mutuelle, sans se formalizer pour le faict de la Religion , ainsi que l’exemple de l’Alemainge monstre evidement, &c.


Extract
Wten Sent-brief des Doorluch-
tighen Heere Guillelmus Prince
van Orangien, &c. aenden Provincien
ende Steden des Nederlanden.
1579. B. ij.

Op sodanigh versoeck, 1 1 I. soo wel uyt oorsaken dat die van de Religie soo groot van ghetale waren, als in aenschou van d’Exempel der na-ghebuyren Landen, uyt dien oock dat alle verstandighe Lieden het daer voor ghehouden hebben, dat het niet moghelijck en soude wesen, het Lant in vrede te onderhouden, sonder daer in vrye excercitie toe te laten, etc.

Extract
Wten Requeste voorschreven,
Fol. 14.

L’issue toutefois fut telle, 2 2 K. qu’apres avoir este en plus grande extremite que jamais se trouva un si puissant Prince, il n’eust moyen d’asseurer, si non en accordant l’une & l’autre Religion. L’ayeul de vostre Alteze Prince de grand & Rare jugement & de Conseil l’Empereur Ferdinand, voyant qu’il ny avoit moyen aulcun d’asseurer les uns & les autres, & de lever les soupcons qui estoyent en Allemainge accorda le Religions Friedt, & depuis ce temps la ny a eu une seule mutinerie en Allemainge. Les Ecclesiastiques jouissent de leurs biens dignites & preminences, avecq plus grande asseurance qu’en aucun autre lieu de la Chrestiente , & en plusieurs villes, comme a Francfort, Vvorms, Vlm, Augsburch & autres s’exercent l’une & l’autre Religion sans division ny soubslevement, voire en mesmes Eglises en aucunes d’icelles villes, &c.

Extract
Wte voorschreven Requeste,
Fol. 10.

Le premier (scz. demeurer sans religion) 3 3 L. est tant pernicieux a la republique, que riē ne peut estre imagine de plus, car il amaine aupres soy tout contemnement de Dieu, mespris de Religion, Atheisme, dont s’ensuit toute violation des droits divin & humain, &c.

Extract
Wte voorschreven Requeste,
Fol. 8.

D’autrepart que lesdictes Protestants par 4 4 M. moyens convenables asseurassent lesdictes de la Religion Romeine qu’ils ne desirent riens moins que d’extirper par force ladicte religion, ravir & semparer de leurs biens, & faire acte contrevenant au devoir de bon concitoyen, au contraire, qu’ils sont prets de s’employer pour conservation entiere du pais, & de tous les habitans d’icelluy, tant en general

qu’en particulier. Lesquelles choses estans executees, ne doutent que toute matiere de division ne soit ostee, & une bonne paix bien affermee, estans par ce moyens les occasions de diffiance mutuelle levee, & les vielles simultes ou hames du tout ensevelees, &c.

Ende was onderteeckent.

Gerrit Ravensberghe.
Rollant.
Dirck Claesz. Vley.
Bekesteyn.
Claes iansz.
Adrianus Teylinghen.
Herebert Stalpt van der Wiel.
Ian Arentsz.
F. van Nesse.
Adriaen Dircksz.
Pieter Hals.
Wigger Claesz.
Steffen Claesz Sontman.
Beresteyn.
I. Iacopsz.
Symon Claesz. Backer.
Gillis Gijsbertsz.
P. van Hoorne.
G. van Nesse.
P. van der Mathe.

Notulen van de geschiedenisse
van den Requeste.

Des avonts opten xxvj. (soo my dunckt) Aprilis 81. Als ick des selven middaegs van een reyse t’huys was ghekomen, quam by my M. Gerrit van Ravens. spreeckende van een arbitragie by ons beyden tusschen eenighe partijen uyt-ghesproken, oock van de verpachtinge der tienden van Spiering, daer voor hy, ende van Lancelot van Brederodes kinderen, daer ick voor verpachte ende accordeerden in’t stellen van de dagh der verpachtinghe.
Ende nu al staende omme naer huys te


gaen, viel hy in propooste van de R. Excercitie, segghende: Ick duchte datse ons eer ten laetsten hier (soo nu rontsom gheschiet sal benomen worden, ende dat hy niet quaadt en dochte om sijn conscientie te voldoene dat hy met andere Catholijcken aen sijn Excel. souden versoecken maintenue van de selve excercitie.
My vraghende of ick hen-luyden daer toe wel een Requeste wilde maecken? Daer op ick seyde ja, als de Notaris zijnde, ende Secretaris gheweest hebbende, daghelijcx voor vele luyden, oock voor de achtbaerste in Haerlem selve (als hier) Requesten make.
Men soude seyde Ravens. die dan moeten fonderen opte satisfactie van Haerlem, op te vryheidt van de conscientie, oock opte eendracht ende welvaren vande burgerije ende Stede Haerlem, sonder in specia van de ander middelen te verhalen.
Als hy nu vraegde wanneer icks soude moghen doen, seyde ick morghen voor noene sal de minute wel tijdelijck ghereet zijn.
Des anderen daegs xxvij Aprilis (meyn ick) des namiddaeghs tot Ravensberghen ontboden zijnde (daer wy in arbitragien en anders meest pleghen te komen, om sijn outheyt, blintheyt ende sieckelijckheyt veel tijts) vant ick daer by een hen Ravensberghen, die twee Nessen, Suyren, Stalpt, Claes Jansen, Vley, Rollant ende Hals, ende quam Stuver daer nae mede.
Als ick nu al was onder ‘tlesen van de gheminuteerde Requeste, ‘twelck klaerlijck, lancksaem, ende bescheydelijck gheschiede ten aenhooren van hen allen, die daer deden uyt eenighe woorden, oock mede eenighe achter aen te voeghen.
Ende was my ghebeden die in’t net te stellen om ghetekent te worden by den voornoemden persoonen, uyt-ghenomen Stuver, ende Suyren, die niet en wilden teeckenen, nochte ick, mede daer toe van de andere versocht zijnde, oock niet, seggende: Suyren dat hy doch niet en konde bemercken dat dit versoeck soude moghen qualijck ghenomen worden, overmidts in de vergaderinghe van Staten was voor gheslaghen gheweest, (doch af-geslagen) dat de Catholijcken van Haerlem souden moghen bekomen toelatinghe van heure excercitie: Indien sy die konnen bewijsen metten Euangelio ende Apostolische Leere over een te stemmen.
Voorts beghonden sy te spreecken wie die Requeste aen sijn P. Excell. soude presenteren: Alle die Requiranten noemen my. Ick weygerde om groote redenen, sy lieten niet af, ten laetsten bewillighde ick met expresse protestatie, nochtans dat mijn persoon sulcx hen-luyden schaedelijck soude zijn, ende wort my keure ghegheven om eenen uyten Requiranten te kiesen tot my: Daer toe ic nam M. Gijsbrecht van Nesse, die als Burgemeester van Haerlem van sijne Excell. als Stadthouder die satisfactie hadde ontfanghen.
Ende sprekende de Requiranten van meer andere die de Requeste soude tekenen, bestonden sy-luyden te nemen sommige persoonen welcke namen sy my deden stellen op een cedulle, die sy gaven M. Pieter Hals, om een snijder te leveren, die daer mede soude gaen aen sulck ghenomineerde, om die op ver-

scheyden uyren (tot vermijdinghe van groote vergaderinghe) te bescheyden des anderen daeghs tot mijnen huyse, om van my de Requeste te hooren lesen, ende dan (die wilde) te tekenen.
Dit gheschiede alsoo: Ick las die Requeste by vele van de voor-ghenoemde Requiranten ghetekent zijnde (sonder dat my kan ghedencken wanneer dat geschiet was) ende verklaerde ick daer by uyt last der Requiranten dat men die Requeste niet aen sijne Excell. en soude presenteren, sonder voorweten van de Burghemeesteren van Haerlem, die men de selve Requeste soude voor lesen, ten eynde men dat werck voor gheene heymelijcke muyterije achten, of tot laster der Burghemeesteren wanen soude maer voor een sake die met open deuren naecktelijc gheschiede: Segghende die tekenen wilden, die mochten, die niet en wilden, mochten ‘tselve laten.
Daer hebben eenighe ghetekent ende andere ginghen wegh sonder te teeckenen. Dit gheschiede smorghens opten xxviij (soo my voorstaet) Aprilis.
Des selven daegs des namiddaegs quam tot mijnen huyse Bekesteyn (so my dunckt) die ghebroeders van Nesse, Ravensbergen, Hals, Stalpt, Claes Jansen ende oock (soo ick meyne) Pieter Claessen van Hoorn, die welcke om eenighe oorsaken, ende oock namentlijck overmidts ick hen-luyden verhaelde dat Claes van der Laen uyt my dien morghen ghehoort hebbende, dat sy-luyden in meyninghe waren van Requeste te presenteren, my gheantwoort hadde, ‘tis te late, sy sullen niet haelen, wy hebben des Princen hant etc. te samen stemden dat men voor als noch soude supersederen met het presenteren van den Requeste.
Den xxviij Aprilis morghens ontrent de klocke seven, hadde ick te doene metten Burghemeester van der Laen, die my onder anderen seyde, dat Burghemeesteren verstaen hadde, dat ick een Requeste die by eenighe Catholijcken was getekent, hadde geschreven, ‘twelck niet wel ghenomen en was.
Ick seyde dat waer te zijn, ende oock dat sijn E. my voor Burghemeesteren souden ontbieden, daer dacht ick mijn dan sulcx te verantwoorden, dat sy alle een goet benoeghen aen my souden hebben.
Ick wert dien voormiddaghe ontbooden voor den Burgemeesteren op heure Camere, daer ick ghevraeght by Niclaes van der Laen presenterende al d’ander Burghemeesteren ende eenighe Schepenen, alle ‘tgeene voorsz staet verhaelde: Daer nae vertrock ick, ende weder ingheroepen zijnde, vraeghde Verlaen my, of ick die Requeste by my hadde, ick seyde ja: hy begheerdese van my, ick seyde, dat ickse sonder brille ( die hy in’t lesen soude behoeven) best soude lesen, als wesende mijn gheschrift, ende die Secretaris niet op der Cameren: Alsoo las ick die Requeste.
Ende verhaelde opentlijck, dat die Requiranten niet van meyninghe en waren, die selve te doen presenteren aen sijn Excell. sonder eerst ende als voren die selve te doen communiceren in manieren hier vooren verhaelt metten Burghemeesteren. Doch vergat ick te segghen (‘twelck mijn qualijck ghe-


denckens schult was) dat sy den naest voor-gaenden nae-middaghe ghesloten waren, dat men die Requeste voor als noch niet en soude doen presenteren, soo hier vooren gheseydt is.
Van der Laen ghehoort hebbende het lesen van den Requeste sprack teghen eenighe van de middelen daer inne ghestelt, ick seyde eerst, dat ick die Requeste niet en wilde verantwoorden, soo dat mijn werck niet en is, noch vele minder de R. Religie, die ick houde (seyde ick) voor onrechte, ende haer Kercke voor een moort-kuyle, maer seggende dat ick my liet beduncken dat hen-luyden Catholijcken in desen onrecht gheschiede, overmids het breken van de beloften, oock dwangh in de conscientien etc. quamen wy in een Disputatie.
Waer inne Verlaen wat vuyrigh ontsteken zijnde, begeerde van my te hebben de Requeaste, ick vraeghde tot wat eynde? seggende oock dat ick daer toe gheen last en hadde.
Hy seyde dat sy die naerder souden doorsien, ende dan yemanden deputeren nevens Can. en de Requeste aen sijn Excell. te presenteren.
Dit hoorende gaf ick daerom hem die Requeste in handen, segghende: Dat sulcks der Requiranten begeeren al selfs ware gheweest, te weten dat men soude versoecken dat Burgemeesteren yemanden neven henluyden aen syn Excell. souden deputeren: maer was sulcx achter-ghebleven, om dat sy meynden dat Burgemeesteren ‘tselve niet en soude bewillighen. Daeromme ick nu dachte dat dit overleveren van den Requeste in Verlaens handen tot dien eynde niet en soude mishaghen.
Dien namiddaghe Saterdaeghs, of (‘tis my ontgaen) des Sondaeghs smarghens laetsten Aprilis, vertelde ick eenighe van de Requiranten ‘tgheene voorsz staet my opte Burghemeesteren Caemer weder varen te zijn, met oock die conditie daer op die Burghemeester Verlaen die Requeste van my hadde ontfanghen soo voorsz staet, te weten: dat sy naerder doorsien, ende dan yemanden neven den Requiranten om ghepresenteert te worden aen sijn Excell. deputeren soude, daer inne hen-luyden wel ghenoeghde sonder hen eenighsins des te beklaghen. Doch meynden sy-luyden oock voornementlijcken ick, dat Verlaen ons de Requeste weder eerst soude behandighen, soo daer inne nu doch eenighe veranderinge moste vallen overmits dien dagh (Saterdagh) d’excercitie versocht maintenu ende midtsdien nu soude moeten versoecken restauratie.
Des Heeren Hemelvaerts dagh iiij Juny (ick meyn voor noene) ontboden my die Requiranten by hen-luyden, my vragende of van der Laen my die Request gherestitueert ende yemandt neven hen-luyden ghedeputeert hadd, soo gheseyt was geweest,

ende hoorende uyt my neen, oock daer by wetende dat Verlaen, die tot Amsterdam was ghereyst, in meyninghe (soo eenighe van hen-luyden verstaen hadden) waer om self die Requeste aen sijne Excell. te presenteren.
Baden sy-luyden my sulcx met een brief aen Verlaen te vraghen ende te schrijven, dat sy wel mochten lyden, dat sijn Eers. die Requeste aen sijne Excell. presenteerde, alst maer nietten eersten gheschiede, etc. Met ernstighe begeerte van spoedighe antwoorde, ‘twelck oock alsoo by my is gheschiet.
Waer na opten sesten vernomen hebbende dat van der Laen die Requeste hadde ghepresenteert aen sijn Excell. die gheseyt soude hebben die selve wat hart te zijn, vonden die Requiranten noodigh te zijn dat men soude trecken tot Amsterdam omme ‘tghene hardt mochte schijnen voor sijne Excell. met redene te versachten ende te verantwoorden.
Hier toe versochten sy-luyden my ende Claes Jansen die daer inne bewillighden, midts dat men M. Gijsbrecht van Nesse doe wesende tot Alckmaer, in haest souden na senden tot Amsterdam, om ‘tgene voorsz staet te doen met ons.
Alsoo quamen Claes Jansen ende ick den viij. May teghen den Avondt tot Amsterdam, daer wy dien Avondt noch spraken met van der Laen, segghende: d’oorsake van onse komste aldaer te zijn, te doen ‘tgheene voorsz is, oock dat M.G. van Nesse ten selven eynde des anderen daeghs soude volghen.
Daer seyde ick dat my wonder gaf dat sy Burghemeesteren niemandt en hadden ghedeputeert, neven den Requiranten om aen sijn Excell. te presenteren die Requeste, oock dat hy my die niet en hadde gherestitueert, maer seyde Verlaen daer op, dat sulcx niet en was gheschiet, als ick seyde.
Voorts vielen daer eenighe redenen tusschen ons vander sakē, maer en sprack Claes Jansz niet een woort, tot van der Laen van dat hy qualijck, of teghen hen-luyden wille ghedaen soude hebben, in’t presenteren van de Requeste aen sijn Excell. Immers begheerde Claes Jansz. dat hy Verlaen soude willen aen houden, om Apostille daer op te hebben van de Staten, onder den welcken Verlaen seyde die Requeste te wesen, ende dat mogelijck des anderen daeghs Apostille daer op ghegheven soude worden.
Des anderen daeghs den negenden quam N. Gijsbrecht van Nesse mede tot Amsterdam, wy spraken alle drie langhe met Verlaen daer af, maer en vermaende oock M. Gijsbrecht niet een eenigh woort tot Verlaen, van dat hy die Requeste buyten haer wille aen sijne Excell. soude hebben ghepresenteert, maer hoorende dat die nu waer in handen van den Staten, begheerde hy mede dat Verlaen doch die Apostille metten eersten benaerstighen soude willen.

"""Requeste der catholijcken tot Haerlem met sijnen aen-cleven: Aen myn heere den Prince van Orangien"""